Blog: Vrijwillig besturen is niet vrijblijvend

Professionele bestuurders kunnen voor hun handelen aansprakelijk gesteld worden, dat is bekend. Minder bekend is dat dit net zozeer geldt voor (onbezoldigde) vrijetijdsbestuurders van verenigingen, stichtingen etc. Dat kan tot nare verrassingen leiden. Hoe dit te voorkomen?

Paul de KerfProfessioneel vs. vrijwillig bestuur

Eerder schreef ik in algemene zin over bestuurdersaansprakelijkheid: de aansprakelijkheid van een bestuurder wegens onverantwoord handelen. Bestuurders kunnen dan aangesproken worden door diverse personen. Als bestuurders over de schreef gaan, kan de rechtspersoon waarvoor ze werkten hen aansprakelijk stellen. Dat is de zogenaamde internebestuurdersaansprakelijkheid. Daarnaast is er een externe aansprakelijkheid, waarbij bijvoorbeeld schuldeisers van de vennootschap de bestuurders aanspreken.

Zo’n aansprakelijkheid geldt voor bestuurders die professioneel beloond worden, dat spreekt voor zich. Dezelfde criteria gelden echter ook voor bestuurders van bijvoorbeeld een amateur-voetbalclub of een welzijnsvereniging. Die bestuursleden ontvangen bijna nooit een vergoeding en sloven zich soms dag en nacht uit voor de vereniging.

De Rode Kruis-casus

In 2008 werd aan iemand gevraagd of hij penningmeester van de vereniging Afdeling Gooistreek van het Nederlandse Rode Kruis (NRK) wilde worden; een prestigieuze functie. De vereniging had volledige rechtspersoonlijkheid. Samen met de voorzitter en de secretaris vormde hij het dagelijks bestuur. Om de penningmeester, in het dagelijkse leven accountant, te ontlasten stelde de secretaris voor dat zij het betalingsverkeer zou verzorgen. De secretaris maakte daarbij wel aanzienlijke bedragen over aan zichzelf. Het NRK heeft hierop een procedure gestart tegen de secretaris.

Dat de secretaris veroordeeld werd, spreekt voor zich. Het Gerechtshof Amsterdam oordeelde dat de penningmeester aansprakelijk was omdat hij passief gebleven was. Dat de penningmeester vrijwilliger was maakte dat niet anders. Het Hof overwoog: “Van een penningmeester van een vrijwilligersorganisatie waarvan de aard van de activiteiten meebrengt dat gelden worden aangetrokken, beheerd en aangewend voor een maatschappelijk doel, mag worden verwacht dat hij toezicht houdt op de financiële geldstromen, de bankrekeningen en bankafschriften regelmatig controleert en bij het uitblijven van bankafschriften tijdig maatregelen treft door kopieafschriften bij de betrokken banken op te vragen en de afschriften in de toekomst naar een ander/zijn adres te laten toesturen.”

Dat is zuur voor de penningmeester.

Wanneer bestuurdersaansprakelijkheid?

Het gaat in dit artikel te ver om de criteria te vermelden om vast te stellen of iemand aansprakelijk is. Uitgangspunt is dat dezelfde criteria gehanteerd worden voor professionele bestuurders en voor vrijetijdsbestuurders om vast te stellen of een bestuurder aansprakelijk is. Het hangt uiteindelijk wel af van de concrete omstandigheden, maar er blijft een grijs gebied.

Het financiële beleid is echter in principe een beleidsterrein waarvoor elke bestuurder aansprakelijk is, niet alleen de penningmeester. De ervaring leert dat bestuurders meestal minimaal een half jaar tot een jaar nodig hebben om te ontdekken hoe de hazen lopen. Bestuurders zijn echter vanaf dag één verantwoordelijk voor het beleid (en dus ook mogelijk aansprakelijk).

En al zou u niet door de rechter veroordeeld worden als gewezen bestuurder, een procedure is schadelijk genoeg. Naast de naamsschade en de financiële kosten om verweer te voeren is er ook de emotionele druk die dit met zich meebrengt.

Wat te doen als u aangesproken wordt?

  • Let er allereerst op dat u zich– als u als bestuurslid afgetreden bent – ook laat uitschrijven als bestuurder bij de Kamer van Koophandel.
  • Soms kan een verzekering (de BCA-polis) de nadelige gevolgen afwentelen. Hierbij is het claims made-beginsel van belang: de verzekering geeft alleen dekking als de claim tijdens de looptijd van de verzekering ingesteld wordt. Als een vereniging failliet gaat is de premie meestal niet meer betaald en is er geen dekking meer.
  • Een vordering op grond van bestuurdersaansprakelijkheid kan soms afstuiten op verjaring of decharge. Soms vragen aftredende bestuurders een vrijwaring of vrijtekening. Dat geeft niet altijd een sluitende oplossing.

Het wetsontwerp “Wet Bestuur en toezicht verenigingen en stichtingen” wil het toezicht verbeteren. Allereerst wordt - bij tegenstrijdig belang – een bestuurder sneller aansprakelijk gesteld. Ten tweede wordt de interne aansprakelijkheid in de wet expliciet geregeld. Het gevolg is dat men sneller aansprakelijk is. Deze wet wordt naar verwachting in 2016 ingevoerd.

Voorkomen is beter

In plaats van problemen achteraf op te lossen is het beter vóóraf maatregelen te treffen (als men gevraagd wordt om bestuurder te worden). Denk daarbij onder meer aan het vooraf bestuderen van de jaarcijfers en begroting van de vereniging of stichting om te kijken of er onverantwoorde financiële beslissingen genomen worden. Bekijk vooraf de statuten om vast te stellen welke bevoegdheden men heeft. Is een twee-handtekeningenstelsel voor betalingen opportuun? Informeer of er een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering is gesloten en welke dekking er is. Vertrouw niet altijd op externe adviseurs. Bovendien komt het op het oude bestuur veel professioneler over als u niet meteen ja zegt, maar eerst onderzoekt waar u aan begint.

Er is meer waarop valt te letten, maar deze aspecten dekken al heel veel. Het is tenslotte nogal wat als u voorzitter van een voetbalclub bent, daar dag en nacht voor bezig bent, er uw ziel en zaligheid in steekt, om vervolgens – als er iets fout gaat – in privé aangesproken te worden en misschien uw huis te moeten verkopen om de schade te vergoeden. Leg dat maar eens uit aan uw echtgeno(o)t(e) en kinderen.

Vragen?

We gaan graag met u in gesprek.

  • 11-01-2016