Verscherpte aandacht voor woonplaats en feitelijke leiding

De Belastingdienst wil graag dat belastingplichtigen transparant zijn zodat inspecteurs “constructies” op juridische gronden kunnen bestrijden. Wij merken echter in de praktijk dat in internationale situaties aangeleverde informatie vooral gebruikt wordt voor het construeren van een beeld over de fiscale woonplaats van belastingplichtigen.

Privépersonen: woonplaatsonderzoeken

Dit is reeds jaren een aandachtspunt en bekend geworden dankzij een aantal spraakmakende zaken: de Belastingdienst komt kijken waar u woont. Daarvoor schuwt de Belastingdienst het niet om een verregaande inbreuk te maken op uw privacy. Denk aan het opvragen van uw mobiele telefoongegevens om te peilen waar u zich bevond, de energie- en waterrekeningen, tot de museumjaarkaart aan toe. Ook kan de Belastingdienst waarnemingen ter plaatse gaan doen en aanbellen bij uw oude buren en kennissen. De Belastingdienst gaat steeds verder om het bewijs rond te krijgen dat individuen Nederland niet écht verlaten zouden hebben.

Vennootschappen: feitelijke leiding

In het verleden was het voor het bepalen van de vestigingsplaats van vennootschappen voldoende dat het formele bestuur gezeteld was in het buitenland en dat de uiteindelijk gerechtigde op locatie de relevante besluiten tekende. Dat is tegenwoordig niet meer. De huidige maatschappij gelooft er niet meer in dat de werkelijke leiding van een vennootschap uitgevoerd wordt door een trustbestuur dat opereert voor een paar duizend euro per jaar.

Dit is ook terug te zien in de diverse substance-eisen zoals vastgelegd in diverse besluiten, die door de jaren heen zwaarder worden. Er is een duidelijke toename te zien in eisen die gesteld worden aan in het bijzonder de kantoorruimte en de kwaliteit, kennis, kunde en het salaris van het personeel. Sinds 1 januari 2018 is zelfs een minimumgrens aan het salaris gesteld: EUR 100.000 per jaar.

Adviseursrisico’s

De Belastingdienst is momenteel de grenzen aan het verkennen van het idee dat ook de adviseurs als feitelijk leidinggevende van de vennootschap gezien kunnen worden. Dit ziet in het bijzonder op adviseurs die hun klant ontzorgen doordat ze de implementatie en instandhouding van een internationale structuur actief begeleiden. Wij zijn deze stelling in onze praktijk ook tegengekomen bij degene die de Nederlandse verplichtingen (deponering & aangifte Vpb) van de naar Nederlands recht opgerichte vennootschap verzorgde.

Verhoogd risico op boetes

Internationale structuren worden door de Belastingdienst tegenwoordig eigenlijk per definitie als het actief verhullen van de werkelijkheid gezien; dat maakt het volgens de Belastingdienst boetewaardig. Omdat het om feitelijkheden gaat wordt ook een belastingplichtige die geen gebruik heeft gemaakt van een adviseur geacht alles omtrent het vraagstuk van inwonerschap zelf te bevatten. Boetes liggen hierdoor op de loer en ook de mogelijkheid van een strafonderzoek is niet uit te sluiten.

Mogelijkheden

In internationale situaties is het cruciaal dat enkel de informatie verstrekt wordt waar de Belastingdienst recht op heeft en dat de discussie waar de Belastingdienst recht op heeft aan het begin van het proces gevoerd wordt en niet achteraf.

Bedenk: eens gegeven, blijft gegeven, ook als achteraf blijkt dat het onverplicht is gedaan. De vaak gehoorde opmerkingen “maar u heeft toch niets te verbergen” moet vooral niet leidend worden. Een goede begeleiding of verdediging is in deze onderzoeken vaak cruciaal.

Heeft u vragen, aarzelt u dan niet contact met ons op te nemen.