Tipgevers en zwartspaarders blijven de gemoederen bezig houden

Onze tipgeverszaak gaat na een tweede ronde bij de Hoge Raad een derde ronde in bij het Hof. En in de tussentijd ontvangt de Belastingdienst via allerlei kanalen gegevens over buitenlandse bankrekeningen. Werk aan de winkel dus.

Toch nog maar een keer: de tipgeverszaak

In de inmiddels roemruchte tipgeverszaak had het Gerechtshof in Den Bosch in februari 2018 beslist dat de door de tipgever gestolen en vervolgens aan de fiscus verkochte informatie, niet mocht worden gebruikt. Een belangrijke overwinning voor de rechtsbescherming was ons oordeel toen. Op 8 november 2019 heeft de Hoge Raad de beslissing van het Hof echter vernietigd. Of en in hoeverre de tipgever strafbare feiten heeft gepleegd, is volgens de Hoge Raad niet relevant. De fiscale rechter moet een eigen afweging maken. Over het gedrag van de fiscus in deze procedure waarbij jarenlang stelselmatig informatie werd achtergehouden, heeft de Hoge Raad zich helaas niet uitgelaten. De zaak moet voor de derde keer (!) worden overgedaan. Dit maal bij het Hof in Amsterdam. De tipgeverskwestie lijkt nu terug bij af. Hoewel….?

Maar wat heeft de Hoge Raad nu eigenlijk beslist?

Voor mijn cliënten was de uitslag teleurstellend. Niet alleen om het eindoordeel van de Hoge Raad maar vooral omdat onze hoogste rechter er geen (enkel) probleem in lijkt te zien dat de Belastingdienst keer op keer over de schreef gaat. Nadat de eerste teleurstelling is gezakt, leert een goede analyse van het arrest dat de Hoge Raad feitelijk alleen een streep heeft gezet door de focus van het Hof op de door de tipgever gepleegde strafbare feiten. Veel belangrijker is de rol die overheidsambtenaren zelf hebben gespeeld in deze affaire, wat de betrouwbaarheid is van het materiaal en ook in hoeverre het tegen beter weten in niet willen prijsgeven door de fiscus van de identiteit van de tipgever, de zaak heeft bemoeilijkt. Dat blijft nog fier overeind staan.

Hoe nu verder?

Vreemd genoeg is er in deze specifieke tipgeverszaak over gestolen Rabobank-informatie, nog nooit inhoudelijk door de rechter gekeken naar de opgelegde aanslagen. Dat zal nu wel moeten gebeuren door het Hof in Amsterdam. We zien dat nog steeds met vertrouwen tegemoet. Met name omdat inmiddels is gebleken dat de verklaring van de tipgever zelf op diverse (essentiële) punten rammelt. Voor de andere tipgeverszaak die wij onder onze hoede hebben, liggen de kaarten nog weer anders. Daar gaat het om informatie van een andere bank (Van Lanschot) en zijn er grote vraagtekens te zetten bij de betrouwbaarheid ervan. Het betreft maar twee verdachte belastingplichtigen die ontkennen en niet zoals bij de Rabobank 76 gevallen waarvan 74 hadden erkend dat de informatie juist was. Ook de handelwijze van de Belastingdienst is in deze casus nog twijfelachtiger. Kortom: daar ligt alles nog open.

De zwartspaarder steeds meer in het vizier

Vanzelfsprekend verkrijgt de fiscus niet alleen via diefstal informatie over verzwegen bankrekeningen. Recent maakte de Belastingdienst bekend dat op grond van internationale afspraken, men van zo’n honderd landen financiële informatie van Nederlandse belastingplichtigen krijgt doorgespeeld. Deze informatie is als het goed is verwerkt in de vooraf ingevulde aangifte. Zo’n automatische uitwisseling gebeurt niet alleen op grond van de Common Reporting Standard (CRS) maar ook via spontane informatieverstrekking door buurlanden. Tevens maakt de fiscus gebruik van informatie van journalistieke organisaties zoals dat bij de Panamapapers is gebeurd. Verder werd bekend gemaakt dat de FIOD actiever zal worden ingezet om weigerachtige belastingplichtigen onder druk te zetten. Daarmee lijkt het net zich steeds verder te sluiten.

Goede bijstand blijft noodzakelijk

De inkeerregeling is afgeschaft en nu als spijtoptant alsnog de fiscale zonden opbiechten, is bepaald niet zonder risico’s. Met name strafrechtelijk. En ook andere discussies blijven aan de orde. Bijvoorbeeld over de vraag of de Belastingdienst een belastingplichtige überhaupt kan dwingen om bankinformatie te verstrekken. Nog altijd wacht ik op het oordeel van de EHRM in mijn zaak De Legé over dit belangrijke vraagstuk. Ook de boetepercentages van 150% tot maar liefst 300% zijn op z´n minst discutabel te noemen en geven veel stof tot discussie. En niet te vergeten leert de ervaring dat de informatie uit het buitenland, lang niet altijd even betrouwbaar is. Goede bijstand in dit soort kwesties, zijn daarom nog van het grootste belang. FT-advocaten kent dit speelterrein als geen ander. Schroom daarom niet om in een voorkomend geval met ons in contact te treden.