Inkeren kan nog steeds!

Het volledig afschaffen van de inkeerregeling is op het laatste moment tegengehouden door het kamerlid Omzigt. Inkeer is nu alleen niet meer mogelijk als er sprake is van buitenlands vermogen in box 3. Deze inperking rammelt en staat op gespannen voet met (inter)nationaal recht. Nieuwe procedures zijn te verwachten.

Inkeerregeling toch niet afgeschaft

De inkeerregeling heeft in het afgelopen najaar veel aandacht gekregen. Aanvankelijk stelde de regering in het Belastingplan 2018 voor de inkeerregeling zowel voor de fiscaliteit als voor het fiscale strafrecht volledig af te schaffen. Dat voorstel werd gemotiveerd met de stellingen dat de inkeerregeling is achterhaald door de maatschappelijke opvattingen over belastingontduiking en de toegenomen pakkans, alsook door de toegenomen internationale gegevensuitwisseling. Maar bij de behandeling in de Tweede Kamer is de afschaffing door een amendement van het kamerlid Omtzigt tegengehouden. Dit amendement zorgt ervoor dat de voorgestelde afschaffing van de inkeerregeling voor het grootste deel niet doorgaat: slechts voor inkomen uit sparen en beleggen (box 3) dat is opgekomen in het buitenland is inkeer met ingang van 1 januari 2018 niet langer mogelijk. Dat geldt ook voor de strafrechtelijke inkeer.

Amendement

In de toelichting op het amendement merkt Omtzigt op dat het zeer wenselijk is dat de regering een signaal wil afgeven aan zwartspaarders dat het niet aangeven van buitenlands vermogen niet onbestraft kan blijven. Maar tegelijkertijd vindt de indiener dat de inkeerregeling een belangrijke functie vervult als veilige haven voor belastingplichtigen die vrijwillig hun aangifte verbeteren. Om die laatste reden wil Omtzigt voorkomen dat minder belastingplichtigen fouten in de aangifte zullen herstellen uit vrees voor het opleggen van een boete. Slechts voor zwartspaarders met in het buitenland opgekomen inkomen geldt de inkeerregeling nu niet meer, evenals het vervallen van het recht op strafvervolging.


Huidige inperking rammelt

Op het voorstel de inkeerregeling af te schaffen, is veel kritiek gekomen. Die kritiek is door de Tweede Kamer ter harte genomen. Niettemin roept het amendement allerlei vragen op. Er wordt nu onderscheid gemaakt tussen verschillende soorten fraude, want voor bijvoorbeeld BTW-fraude is inkeer wel mogelijk. En waarom wordt onderscheid gemaakt tussen binnenlands en buitenlands verzwegen inkomsten en vermogen? Het is de vraag of dat wel in overeenstemming is met Europees recht. Verder komen wij in de praktijk vaak tegen dat vermogen in het buitenland niet rechtstreeks op een bankrekening staat maar door middel van een buitenlandse rechtspersoon wordt gehouden. Dan is box 2 van toepassing. Het is dan ook de vraag of de inkeerregeling nu wel het (volledig) beoogde resultaat bereikt.

Legaliteitsbeginsel en overgangsrecht

Het is dus te verwachten dat de huidige inkeerregeling aanleiding zal geven tot procedures. Die komen dan bij de procedures die wij nu al voeren over de toepassing van het legaliteitsbeginsel bij de inkeerregeling. Dat betreft de vraag of de boete moet worden bepaald op basis van de regels zoals die golden voor het betreffende belastingjaar waarover de onjuiste aangifte is gedaan. En dat zijn lagere percentages dan de Belastingdienst toepast.
Overigens is ook het overgangsrecht bij de afschaffing van de inkeerregeling van belang. Het overgangsrecht houdt in dat de inkeerregeling van toepassing blijft op aangiften en inlichtingen die vóór 1 januari 2018 zijn gedaan of verstrekt of hadden moeten worden gedaan of zijn verstrekt. Met andere woorden, er is een ruime overgangsregeling voorzien. Hierdoor zal de inkeerregeling nog geruime tijd van betekenis blijven.