HR: Inspecteur dient uitspraak op de bezwaren te doen, anders verbeurt hij een dwangsom

In een procedure van mr. Mark Hendriks heeft de Hoge Raad afgelopen vrijdag een belangrijk arrest gewezen (Hoge Raad 25 maart 2016, 15/01642, ECLI:NL:HR:2016:485). In deze procedure was het de vraag of de inspecteur terecht weigerde om uitspraak op de bezwaren te doen, omdat hij eerst de gevraagde informatie van de belastingplichtige wilde ontvangen over een buitenlandse bankrekening.

De Hoge Raad heeft beslist dat de inspecteur wel uitspraak op de bezwaren dient te doen. De omstandigheid dat de belastingplichtige in de fase van bezwaar volhard in zijn standpunt dat hij niet gehouden was nadere informatie te verstrekken en dit standpunt aan de belastingrechter wenste voor te leggen, vormt op zichzelf onvoldoende grond voor de weigering van de Inspecteur om uitspraak te doen op de bezwaren. Tevens is erg geen sprake van overmacht of van een vertraging die aan belanghebbende is toe te rekenen (ex artikel 4:15, lid 2, letters c en b Awb).

De belastingplichtige wordt dus door de Hoge Raad in het gelijk gesteld. De inspecteur dient daarom binnen twee weken na het arrest uitspraak op de bezwaren te doen. Indien hij in gebreke blijft, verbeurt hij een dwangsom van maximaal € 540.000.

Voor het overige verwijzen wij naar de gepubliceerde uitspraak.

Lees hier de samenvatting op Taxence.