Het paardenmiddel van naming and shaming van adviseurs aanstaande?

Recent heeft de staatssecretaris van Financiën nieuwe maatregelen aangekondigd in de strijd tegen belastingontduiking. Een van de maatregelen is het openbaar maken van vergrijpboetes die aan adviseurs (facilitators) worden opgelegd voor het deelnemen aan belastingontduiking. Het doorbreken van de geheimhouding in het fiscale recht mag beslist een revolutie genoemd worden. En het middel van naming and shaming een paardenmiddel. Hoe het ook zij, u bent alvast gewaarschuwd.

Geheimhouding

Geheimhouding is al sinds jaar en dag een van de kernwaarden van ons fiscale stelsel. De Belastingdienst kan en mag zich nimmer uitlaten over dossiers van individuele dossiers. Het ministerie van Financiën wil dat gaan doorbreken voor vergrijpboetes die aan adviseurs worden opgelegd. Mogelijk neemt de staatssecretaris van Financiën een voorbeeld aan de financiële sector, waarin openbare boetes voor financiële instellingen al een aantal jaren gemeengoed is. Deze boetes lijken mij toch van een andere orde. Het doorbreken van de geheimhouding mag beslist een revolutie genoemd worden als het zover komt. Wat komt daarna als dit smaakt naar meer?

Vergrijpboetes en adviseren

De staatssecretaris van Financiën spreekt in zijn brief concreet over vergrijpboetes die worden opgelegd aan (fiscaal) adviseurs. Kennelijk als zij deelnemen aan belastingontduiking. De staatssecretaris van Financiën lijkt daarmee te doelen op de in de wet verankerde deelnemingsvormen als medeplegen, medeplichtigheid, uitlokken en doen plegen. In de brief noemt hij echter specifiek het adviseren en implementeren van ‘onaanvaarde constructies’. Zonder aanvullende wettelijke tekst is dat niet hetzelfde als de in de wet verankerde termijnen.

Wordt de soep zo heet gegeten?

Voorlopig kunnen we vasthouden aan de gedachte dat de plannen slechts toekomstmuziek vormen. Een wetsvoorstel is nog niet in de maak, laat staan dat het kracht van wet heeft. En als het zover komt geldt in algemene zin dat boetes niet met terugwerkende kracht kunnen worden opgelegd. Ook niet het openbaar maken daarvan, zo menen wij. Het openbaar maken van boetes zal slechts kunnen zien op adviezen en implementaties van na de invoering van de wetgeving.

Het formuleren van een passende wettekst zal verder een kluif op zich zijn. Met name het formuleren van hetgeen Financiën wil bestrijden. Dat zal specifiek (genoeg) geformuleerd worden en voorts moeten passen binnen de deelnemingsboetes die wij in het fiscale reeds kennen. Hoe gaat de wetgever het verschil maken tussen misbruik en ongewenst gedrag? 
Dat overzeese buitenlandse adviseurs en trustkantoren als Fonseca helemaal niet worden getroffen door de maatregel, lijkt de staatssecretaris te zijn ontgaan.

Grensverkenning fiscus ook afgelopen?

En de maatregel roept ook de vraag op: hoe gaan wij in de toekomst dan om met inspecteurs die bewust aan fiscale grensverkenning doen of zelfs de wet overtreden door opzettelijk informatie achter te houden? Zoeken op grensverkenning en Belastingdienst levert nog altijd de nodige hits op. Gaan we van deze inspecteurs ook een openbaar register bijhouden? Worden deze voortaan ook intern aangesproken?

Het is Financiën menens

De staatssecretaris van Financiën onderkent dat zijn voorgestelde maatregel een ingrijpend middel is. Dat lijkt ons een understatement. Toch lijkt Financiën voornemens om ditmaal door te zetten. De Belastingdienst heeft de accountantskantoren Deloitte en EY al eens eerder laten weten dat zij mogelijk aansprakelijk gehouden worden wegens onrechtmatige daad in de btw-constructies voor superjachten. Kennelijk is dat niet haalbaar gebleken. De Panama Papers worden nu aangegrepen om naar een ander middel te grijpen. Politici springen zelden op de bres voor de bescherming van de rechten van belastingplichtigen, laat staan belastingontduikers. Daarmee scoor je niet. Dat maakt de baan vrij voor maatregelen als deze. Financiën heeft het tij mee en dat maakt dat de plannen hoe dan ook serieus genomen moeten worden.