Blog: Groter boeterisico voor belastingadviseurs en andere dienstverleners

Het Openbaar Ministerie heeft een nieuw front geopend in de strijd tegen zakelijke dienstverleners die fraudeurs en andere criminelen bijstaan. Het begrip fraude is ruim. De overheid legt steeds meer druk bij (financiële) dienstverleners om de handel en wandel van hun klanten in het oog te houden. Bij (wetenschap van) misstanden bestaat het risico op fiscale boetes voor de dienstverlener.

Dick BarmentloOM gebruikt tuchtrecht voor accountants

In Het Financieele Dagblad van 23 september 2015 is een interview met vertegenwoordigers van het Openbaar Ministerie en de FIOD opgenomen. Daarin wordt gemeld dat het OM steeds vaker zakelijke dienstverleners die in de fout zijn gegaan, probeert aan te pakken via het tuchtrecht. Zo zijn in de afgelopen jaren 22 accountants voor de tuchtrechter gebracht. In 16 gevallen heeft de tuchtrechter een maatregel toegepast. De reden dat het OM naar dit middel grijpt, is dat strafrechtelijke vervolging vaak lastig is omdat het OM opzet van de betreffende dienstverlener moet bewijzen. Het tuchtrecht blijkt in de praktijk voor het OM zo effectief te zijn dat men overweegt deze weg ook op andere zakelijke dienstverleners toe te passen.

Fiscale boetes voor dienstverleners?

In het interview is geen aandacht besteed aan een andere mogelijkheid om (financieel) dienstverleners aan te pakken. Dat is de mogelijkheid om aan mensen en bedrijven die anderen bewust helpen bij het niet nakomen van hun fiscale verplichtingen een bestuurlijke boete op te leggen. Deze boetevariant is in twee stappen ingevoerd: eerst is het in 2009 mogelijk gemaakt om een boete aan belastingadviseurs (zowel externe adviseurs als bedrijfsfiscalisten) op te leggen wegens zogenoemd ‘medeplegen’, ‘feitelijk leiding geven’ en ‘opdracht geven’. Per 1 januari 2014 is daaraan voor het belastingrecht artikel 67o AWR toegevoegd. Daarin staat dat het overtredersbegrip wordt uitgebreid met ‘doen plegen’, ‘uitlokking’ en ‘medeplichtigheid’.

Meer boetes in toekomst?

Met de komst van artikel 67o AWR is de boetemogelijkheid behoorlijk vergroot. Bovendien is dit artikel een zogenoemde horizonbepaling: binnen vijf jaar na invoering moet de Belastingdienst aan de Tweede Kamer duidelijk maken dat men aan deze bepaling behoefte heeft. Dat is bijna een verkapte uitnodiging tot gebruik van deze bepaling.

Ruimer boetebereik

Het boetebereik is dus behoorlijk uitgebreid en dat kan de relatie adviseur-Belastingdienst onder druk zetten. Bijvoorbeeld omdat de Belastingdienst nu ook medeplichtigheid kan stellen. Van medeplichtigheid van een adviseur of dienstverlener kan al snel sprake zijn. Verder wordt in de wetsgeschiedenis uitdrukkelijk gewaarschuwd dat ook bedrijfsfiscalisten een boete kan worden opgelegd, bijvoorbeeld wegens feitelijk leidinggeven.

Is de boete te vermijden?

Ook bij deze bestuurlijke boete moet de Belastingdienst bewijzen dat er sprake is van opzet bij de adviseur. Die opzet ontbreekt als er sprake is van een pleitbaar standpunt. Het pleitbaar standpunt vormt als het ware een ondergrens. Het is niet zo eenvoudig aan te geven wanneer een fiscaal standpunt pleitbaar is. De formulering van de Hoge Raad is: ‘Is het standpunt in die mate verdedigbaar is, dat de belastingplichtige redelijkerwijs kon menen juist te handelen door aangifte te doen als hij deed?’ Daarin ligt besloten dat niet alleen de belastingplichtige zelf (zijn subjectieve inzicht) maar ook anderen van mening zullen zijn dat een standpunt verdedigbaar is (de geobjectiveerde benadering).

Onderzoek en overleg vooraf

Er is vaak discussie met de Belastingdienst over de vraag wanneer sprake is van een pleitbaar standpunt. De adviseur dient voldoende onderzoek te doen zodat hij over alle relevante feiten kan beschikken. Verder is aan te raden om over in te nemen standpunten te overleggen met collega’s. Ook kan de casus in vooroverleg aan de fiscus worden voorgelegd.

Jaegers & Soons kan u helpen

Het opleggen van boetes aan een dienstverlener is een delicaat proces, zowel voor de Belastingdienst als de dienstverlener. Het is van belang te beseffen dat de bewijslast in eerste instantie volledig bij de Belastingdienst ligt, maar deze kan op een goed moment omslaan. Jaegers & Soons is als geen ander in staat u hierbij te begeleiden. Zowel qua proces als het – onafhankelijk – toetsen van de pleitbare standpunten. Heeft u hier vragen over? Neem dan contact met ons op.