Geen meldplicht voor adviseur bij verzwegen buitenlands vermogen

Vandaag heeft De Telegraaf bericht dat honderden Nederlanders die zwart geld in de Caraïben hebben gestald, op hun tellen moeten passen omdat de FIOD een strafrechtelijk onderzoek is begonnen. Dat onderzoek richt zich op vermeende zwartspaarders met rekeningen op de Caraïben.

Per 1 januari 2018 is de inkeerregeling afgeschaft voor verzwegen buitenlands vermogen in box 3. Dit is voor het Bureau Financieel Toezicht (BFT) aanleiding geweest het standpunt in te nemen dat bij buitenlands vermogen waarbij opzettelijk een onjuiste of onvolledige aangifte is gedaan, ná 1 januari 2018 te allen tijde sprake is van belastingfraude. Voor de adviseur zou dat aanleiding moeten zijn te veronderstellen dat er een verband is met witwassen en dat een melding gedaan moet worden. Volgens ons is op deze visie van het BFT het nodige af te dingen.

Wijziging inkeerregeling

Per 1 januari 2018 is het voor box 3 niet meer mogelijk om in te keren voor inkomen uit sparen en beleggen dat in het buitenland is opgekomen. Inkomen dat in het buitenland is opgekomen is inkomen dat geen enkel aanknopingspunt heeft met Nederland (Hoge Raad, 16 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:359). Zie voor een beschouwing van deze arresten de bijdrage van Jits Berns in deze nieuwsbrief.

Boete of strafvervolging

Dit betekent dat voor inkomen uit sparen en beleggen dat in het buitenland is opgekomen voor aangiften die ná 1 januari 2018 zijn gedaan of moeten worden gedaan, een beroep op de inkeerregeling geen werking meer heeft. Voor dergelijk niet aangegeven inkomen riskeert de betreffende persoon een vergrijpboete of strafvervolging.

Gevolgen voor Wwft-meldplicht

Het voorgaande heeft volgens het BFT gevolgen voor de meldplicht van betrokken adviseurs uit hoofde van de Wwft. Het BFT is vanwege de afschaffing van de inkeerregeling van mening dat te allen tijde sprake is van belastingfraude in de gevallen dat inkomen dat in het buitenland is opgekomen, opzettelijk buiten de aangifte wordt gehouden. Dit zou de adviseur aanleiding moeten geven te veronderstellen dat sprake is van witwassen. Zijn deze stappen gezet en bestaat het vermoeden van belastingfraude, dan dient de adviseur dit te melden op grond van artikel 16 van de Wwft, aldus het BFT.

Nuance meldplicht

De Wwft bepaalt echter dat de wet niet geldt voor belastingadviseurs voor zover zij voor een cliënt werkzaamheden verrichten betreffende de bepaling van diens rechtspositie, diens vertegenwoordiging en verdediging in rechte, het geven van advies voor, tijdens en na een rechtsgeding of het geven van advies over het instellen of vermijden van een rechtsgeding.

Indien een klant nu te biecht gaat bij zijn belastingadviseur over het verzwegen buitenlands vermogen en staat de adviseur de klant daarin vervolgens bij, dan zou betoogd kunnen worden dat de daarop volgende handelingen onder deze uitzonderingspositie vallen. Het BFT denkt daar dus anders over en vindt dat moet worden gemeld. Naar verwachting zal het BFT actief gaan handhaven, zeker omdat via de Belastingdienst bekend wordt welke zaken het betreft. Het is dan ook de vraag of de adviseur bereid moet zijn het risico te lopen zelf een strafbaar feit te plegen.

Gemengde activiteiten

Dat de Wwft wel van toepassing is op overige belastingadviezen en het doen van aangiftes van dezelfde adviseur voor dezelfde klant, brengt geen verandering in onze visie. In het licht van de Wwft kan de dienstverlening van een belastingadviseur namelijk van kleur verschieten of een gemengd karakter hebben. Of en in hoeverre de Wwft van toepassing is, dient per activiteit te worden getoetst.

Vragen

Heeft u vragen over dit onderwerp neem dan gerust contact met ons op. Wij hebben zeer ruime ervaring als het gaat om bijstand aan adviseurs en hun verplichtingen die voortvloeien uit de Wwft. Bijvoorbeeld of een adviseur gehouden is tot melden.

  • 11-04-2018
  • https://www.bureauft.nl/2018/02/15/gevolgen-wwft-meldplicht-naar-aanleiding-van-wijziging-inkeerregeling/

  • Merijn van Leeuwen