Column: Dossier Panama Papers is een ‘reputatiekiller’

Het jaar 2016 is alweer een kwartaal onderweg en op het werkterrein van ons kantoor zijn veel belangrijke ontwikkelingen te melden. Ik ga in deze column in op twee ontwikkelingen: 1) internationaal de Panama Papers die de laatste tijd de voorpagina’s van de kranten domineren en 2) dichter bij huis de nieuwe huisvesting van de Hoge Raad.

Dick BarmentloPanama Papers & huisvesting Hoge Raad

Dat lijken twee onderwerpen die weinig met elkaar te maken hebben, maar het tegendeel is waar: de Nederlandse Belastingdienst heeft juichend kennis genomen van het lekken van de Panama Papers. Ongetwijfeld zullen daaruit discussies met belastingplichtigen voortvloeien. We kunnen dus verwachten dat in de toekomst in Nederland procedures zullen worden gevoerd op basis van gegevens uit de Panama Papers. Ongetwijfeld zal de Hoge Raad zich daar op een goed moment over moeten buigen, in zijn nieuwe gebouw.

Wat zijn de Panama Papers?

In de Panama Papers is een zeer groot aantal (11,5 miljoen) documenten van een offshore law firm, Mossack Fonseca in Panama gelekt aan de Duitse krant de Süddeutsche Zeitung. Deze documenten worden nu onderzocht door het International Consortium of Investigative Journalists (ICIJ), waarin in Nederland het Financieele Dagblad en Trouw zijn vertegenwoordigd. De papers vormen veruit het grootste lek van vertrouwelijke documenten na LuxLeaks en SwissLeaks.

Partijen meegezogen in complexe constructies

In de structuren die in de Panama Papers worden aangetroffen, treedt Mossack Fonseca veelal op als agent voor vennootschappen in tax havens. Deze structuren zijn niet altijd op rechtstreeks verzoek van de achterliggende belanghebbenden opgericht maar veelal door tussenkomst van adviseurs/tussenpersonen zoals accountants, advocaten, banken en trustmaatschappijen. Deze facilitators worden dan ook meegezogen in het verhaal, zoals nu bijvoorbeeld ABN AMRO. De achterliggende partijen in de structuren blijven doorgaans onbekend. De redenen daarvoor kunnen zijn gelegen in belastingontwijking of -verijdeling, maar ook in privacy en het vermijden van naamsbekendheid.

Verschil tussen belastingontwijking en belastingontduiking

Het is opvallend dat in de publiciteit rondom de Panama Papers het publiek optreedt als beoordelaar van een structuur in plaats van een rechterlijke instantie. Het ‘namen en shamen’ voert daarbij de boventoon. Daarbij wordt – naar mijn smaak ten onrechte – geen onderscheid gemaakt tussen belastingontwijking en belastingontduiking. Het eerste bevindt zich binnen de grenzen van de wet, terwijl ontduiking in wezen fraude betekent. Dat betekent ook dat indien belastingontwijking maatschappelijk als ongewenst wordt gezien, de wet zal moeten worden gewijzigd in plaats van gedragsbeïnvloeding via de publieke opinie af te dwingen.

Het is noch aan de fiscus, noch aan de publieke opinie om te bepalen en af te dwingen wat een faire bijdrage aan de schatkist is. Dit laat onverlet dat alle betrokkenen bij de Panama Papers zich wel heel bewust moeten zijn van de impact op de eigen reputatie, terecht of niet. Het is nuttig daarbij een juiste strategie te ontwikkelen die alle aspecten behandelt.

Eerste mondelinge pleidooi in nieuwe pand Hoge Raad

In de vorige nieuwsbrief schreef mijn kantoorgenoot Mark Hendriks over rechtsbescherming en vooral zijn zorgen over dit onderwerp. De hoogste rechtsprekende instantie is de Hoge Raad der Nederlanden. De Hoge Raad zetelt sinds medio maart in een gloednieuw en fraai gebouw aan de Korte Voorhout. Daar is ook de Belastingkamer van de Hoge Raad gevestigd na jarenlang wat ‘weggestopt’ te zijn geweest. Ik had het voorrecht als onderdeel van onze cassatiepraktijk het eerste mondelinge pleidooi in het nieuwe pand te mogen doen.

Kansspelbelasting in strijd met recht op ongestoord eigendom?

Een pleidooi is in cassatiezaken vrij ongebruikelijk en wordt door advocaten toegepast in zaken met een principieel karakter. De zaak die ik met Bas Jongmans van Gaming Legal Advocaten voor de Hoge Raad bepleit heb, betreft de vraag of de invoering van kansspelbelasting op speelautomaten strijdig is met het recht op ongestoord eigendom zoals dat volgt uit Europese regelgeving. Het Gerechtshof Den Haag beantwoordde de vraag bevestigend en kende de cliënt een schadevergoeding van ruim 1,3 miljoen euro toe. Het wachten is nu op de beslissing van de Hoge Raad.