De schandpaal is terug van weg geweest

De staatssecretaris van Financiën is van plan om vergrijpboetes van financiële dienstverleners te gaan publiceren. En het verschoningsrecht in te perken. Volgens ons een ongelukkig plan.

Middeleeuwse praktijken

In de middeleeuwen was de toepassing van de schandpaal een gebruikelijke straf. De veroordeelde werd aan een paal gebonden en mocht – straffeloos – worden beschimpt en bekogeld met rot fruit of soortgelijk. Ik beschrijf het opzettelijk wat plastisch omdat door de moderne lezer deze praktijken ‘middeleeuws’ worden genoemd en niet meer van deze tijd worden geacht. Niets blijkt minder waar te zijn. In het kader van ‘naming and shaming’ heeft de staatssecretaris van Financiën (hierna: de staatssecretaris) het voorstel gedaan fiscale boetes die aan fiscale dienstverleners worden opgelegd, te publiceren.[1]

Bestrijding belastingontwijking en –ontduiking als hoofddoel

Op 23 februari 2018 heeft de staatssecretaris in de Fiscale beleidsagenda 2018 aangekondigd dat hij voor de komende jaren vijf prioriteiten heeft: belastingontwijking en –ontduiking staat daarbij met stip op 1.[2] Met de toestand rondom de Panama Papers wellicht niet verrassend. In zijn Fiscale beleidsagenda 2019 blikt de staatssecretaris terug op de afgelopen periode en gunt hij ons een blik op het wapenarsenaal dat hij de komende tijd zal inzetten bij het tegengaan van belastingontwijking en –ontduiking.

Ontduiking en ontwijking zijn niet hetzelfde

Opvallend is dat de Fiscale beleidsagenda 2019 – in navolging van de beleidsagenda 2018 overigens – belastingontwijking en belastingontduiking niet van elkaar lijkt te onderscheiden. De aanpak van ontwijking en ontduiking vormt één prioriteit, één hoofdstuk en één uiteindelijk doel. Het feit dat ontwijking in het algemeen helemaal niet in strijd is met de wet – en in die zin dus zeker niet te vereenzelvigen is met fraude – lijkt voor de staatssecretaris niet van belang bij het samenstellen van zijn maatregelenpakket. Geheel onbegrijpelijk is dat wellicht ook niet: ontwijking en ontduiking zijn natuurlijk ook niet altijd even duidelijk van elkaar te onderscheiden en we begrijpen dat het toch lekkerder klinkt dat zowel ontwijking als ontduiking wordt aangepakt. Maar het onderscheid is voor ons scherp en veelbetekenend: ontwijking is legaal, ontduiking is illegaal en strafbaar.

Publiceren boetes van adviseurs e.d.

Terugkomend op de schandpaal: de wetgever schaart het graag onder transparantie, want dan klinkt het veel vriendelijker. Bij kreten als “vergroten van de transparantie” en “consumenten helpen bij het maken van een goed geïnformeerde keuze voor een fiscaal adviseur”[3] zijn we toch geneigd om in eerste instantie te denken dat het gaat om iets wat we allemaal moeten willen. Maar is dat nog steeds het geval wanneer we dit gaan bewerkstelligen door middel van publicatie van fiscale boetes opgelegd aan fiscale beroepsbeoefenaars als belastingadviseurs, advocaten, notarissen en accountants?

Inperken verschoningsrecht

Dezelfde vraag geldt bij het plan van de staatssecretaris om de reikwijdte van het fiscale verschoningsrecht te beperken (zoals toekomt aan bijvoorbeeld advocaten, notarissen en artsen). Of beter, “te verduidelijken”.[4] De staatssecretaris legt het als volgt uit: “De grondslag van het fiscale verschoningsrecht is gelegen in het algemene rechtsbeginsel dat bij bepaalde vertrouwenspersonen het maatschappelijke belang dat de waarheid in rechte aan het licht komt, moet wijken voor het belang dat eenieder zich vrijelijk en zonder vrees voor openbaarmaking van het besprokene om bijstand en advies tot hen moet kunnen wenden.”[5]

Was de staatssecretaris daar nu maar gestopt. Niets is minder waar. Voor de staatssecretaris is de mogelijkheid voor belastingplichtigen om vrijelijk en zonder vrees advies te kunnen inwinnen, in een rechtsstaat blijkbaar minder belangrijk dan het vergemakkelijken van het werk van de belastinginspecteur. Het kan natuurlijk onhandig zijn voor de Belastingdienst dat verschoningsgerechtigden hun administratie niet beschikbaar hoeven te stellen in het kader van derdenonderzoek.[6] “Niet beschikbaar hoeven stellen” noemt de staatssecretaris het, maar zij mogen het zelfs niet. Het verschoningsrecht hangt immers samen met de geheimhoudingsplicht. Het schenden van deze geheimhoudingsplicht is voor deze beroepsgroepen tuchtrechtelijk verwijtbaar. Zou de staatssecretaris daar ook aan gedacht hebben toen hij het verschoningsrecht “zeer breed en in ieder geval voor advocaten en notarissen te ongericht” noemde?[7] Is een beperking van het verschoningsrecht in dat licht nog steeds gerechtvaardigd, louter om de Belastingdienst te helpen bij het verkrijgen van informatie? Wij denken dat dat niet het geval is en hopen dat de vertrouwensrelatie gerespecteerd blijft. Wij zullen ons daarvoor blijven inzetten.

Heeft u nog vragen, aarzel dan niet om (vrijblijvend) contact met ons op te nemen.

  • 04-07-2019
  • [1] Fiscale beleidsagenda 2019, bijlage bij de brief van de staatssecretaris met kenmerk 2019-0000083393, p. 7.  
    [2] Kamerstukken II 2017/18, 32 140, nr. 33, p. 2.
    [3] Fiscale beleidsagenda 2019, bijlage bij de brief van de staatssecretaris met kenmerk 2019-0000083393, p. 7.  
    [4] Fiscale beleidsagenda 2019, bijlage bij de brief van de staatssecretaris met kenmerk 2019-0000083393, p. 7.  
    [5] Fiscale beleidsagenda 2019, bijlage bij de brief van de staatssecretaris met kenmerk 2019-0000083393, p. 7-8.  
    [6] Kamerstukken II 2016/17, 25 087, nr. 138, p. 8.
    [7] Kamerstukken II 2016/17, 25 087, nr. 138, p. 8.

  • Dick Barmentlo & Fleur Kossen